Waarom is gekozen voor variant West van het Ringvaartaquaduct?

Bij het maken van een keuze tussen de twee varianten speelden verschillende factoren een rol.

Praktische zaken als de kosten en de technische maakbaarheid bijvoorbeeld. Daarnaast onderzochten we de effecten van de varianten op de omgeving: wat zijn de positieve en negatieve (milieu)effecten van de varianten bijvoorbeeld?

Een andere factor was de ruimte. Daarbij sprongen er twee grote vragen uit. Aan de westkant van het oude Ringvaartaquaduct ligt het aquaduct van de Hogesnelheidslijn (HSL). We onderzochten samen met experts van ProRail en Movares (onderdeel van het Ingenieursconsortium) of de sloop van het oude en bouw van een nieuw Ringvaartaquaduct (Westvariant) mogelijk is zonder negatief effect op de HSL te hebben. Dat blijkt mogelijk. De tweede vraag heeft te maken met het bedrijventerrein aan de oostkant van het aquaduct voor de richting Den Haag - Amsterdam. Sommige bedrijfspanden staan nu al heel dicht bij de snelweg. Door een nieuw aquaduct voor de richting Amsterdam – Den Haag te bouwen aan de oostzijde van het huidige aquaduct voor de richting Den Haag - Amsterdam, zou een aantal bedrijfspanden flink worden geraakt. Dat heeft natuurlijk de nodige impact voor die bedrijven en heeft dan ook financiële consequenties die we uitgebreid hebben onderzocht. Taxateurs hebben een inschatting gemaakt van de schade voor bedrijven aan de oostkant van het aquaduct. Deze en andere factoren afwegend heeft de minister gekozen voor de Westvariant voor het nieuwe Ringvaartaquaduct.

Twitter

Cookie-instellingen